Sociale competentie
We vinden kinderen sociaal competent als ze in een groep goed kunnen functioneren en als ze hun sociale vaardigheden goed ontwikkeld hebben. De kinderen houden rekening met anderen en zijn goed in staat tot samen delen, samen spelen, samen ruzie maken en weer vrede sluiten en samenwerken. Ze kunnen zich goed inleven in anderen en maken goed contact met andere kinderen en met volwassenen. Ze weten hoe ze bij anderen overkomen. Ze kennen de grenzen van de ander en gaan daar niet overheen. Ze kunnen goed omgaan met winnen en verliezen en kunnen ook tegenslagen incasseren. Ze passen zich makkelijk aan in een andere omgeving met andere regels. Ze zijn weerbaar en assertief maar komen ook op voor anderen.
Voorbeelden van basisregels i.v.m. sociale competenties:
- We stimuleren een positieve groepssfeer en moedigen kinderen aan om samen te spelen en samen te delen, zowel 'speelgoed en boeken' als 'plezier en verdriet'
- We bieden groepsactiviteiten aan en zorgen voor evenwicht tussen groepsactiviteiten en individuele activiteiten
- We leren kinderen over ‘nemen en geven’ en hoe ze conflicten kunnen oplossen
- We leren ze hoe ze zich kunnen inleven in de ander en om begrip te hebben voor de ander
- We leren kinderen dat iedereen anders is en dat iedereen gelijkwaardig is
- We stimuleren het verkennen van andere culturen d.m.v. boeken, spelletjes, gerechten, feesten etc
- Belonen van gewenst gedrag gaat voor corrigeren van ongewenst gedrag. Ongewenst gedrag bestraffen we alleen als corrigeren niet helpt
