Kinderen zijn ‘gesocialiseerd’ als ze vertrouwd zijn met de normen en waarden van de omgeving, als ze de regels (van thuis, van de opvang, van school, club, de straat) kennen en hier goed mee om kunnen gaan. Ze weten wat wel en niet kan en mag. Ze hebben aandacht voor de omgeving en houden rekening met anderen maar blijven tegelijkertijd zichzelf. Ze hebben hun eigen manier gevonden om zich aan te passen en toch te zijn wie ze zijn. Ze kunnen zich goed handhaven binnen het eigen gezin, bij het kinderdagverblijf en  in het algemeen in hun leeftijdsgroep. Zij kennen de verschillen tussen mensen, ook tussen mensen van verschillende culturen, en kunnen daar goed mee omgaan.

Voorbeelden van basisregels i.v.m. socialisatie:

We geven het goede voorbeeld t.a.v.

  • Respect voor anderen, hun mening en hun bezit

  • Respect voor alles wat leeft

  • Gelijkwaardigheid van elk kind / elk mens, ongeacht leeftijd, kleur, religie of geslacht

  • We stimuleren de onderlinge solidariteit bij kinderen

  • We leren kinderen open te staan open voor gewoonten en rituelen van andere culturen en daar respect voor te hebben en we stimuleren hen om gewoonten uit andere culturen te verkennen d.m.v. boeken, liedjes, spelletjes, gerechten en feesten e.d

  • We leren kinderen dat iedereen anders is en dat iedereen er recht op heeft om zonder vooroordelen en met respect behandeld te worden, ongeacht kleur, ras, geloof, geaardheid, geslacht of eventuele lichamelijke of verstandelijke beperkingen

  • We leren kinderen wanneer ze grenzen overschrijden en wat mag en niet mag; als Groepsleiding bewaken we die grenzen

We accepteren niet:

  • Gewelddadig of agressief gedrag of spel, ook niet verbaal

  • Pesten

  • Liegen

  • zwart maken van andere kinderen